'Dat Kwaku Festival erfgoed is, is al jaren duidelijk - nu moet het alleen nog zo worden behandeld'
In dit artikel:
Kwaku Festival zou volgens cultuurbeleidsmaker John Olivieira-Siere niet langer uitsluitend als jaarlijks evenement moeten worden benaderd, maar ook als immaterieel erfgoed. Hij bezocht het festival als Rotterdamse tiener en zag daar naast voetbal een brede ontmoetingsplek waar familie, muziek, religie, ondernemerschap, eten en cultuur samenkwamen.
Voor veel Surinaamse Nederlanders vervult Kwaku volgens hem al meer dan vijftig jaar een belangrijke rol bij gemeenschapsvorming, culturele overdracht en het ontwikkelen van identiteit. De traditie wordt bovendien doorgegeven aan nieuwe generaties en trekt inmiddels een divers publiek. Daarmee voldoet het festival volgens Olivieira-Siere aan belangrijke kenmerken van levend erfgoed.
De huidige aanpak richt zich volgens hem vooral op vergunningen en de eerstvolgende editie. De organisatie zou per festival ongeveer 1 miljoen euro besteden aan onder meer beveiliging, verkeersregelaars en maatregelen tegen overlast. Bij circa 100.000 betalende bezoekers betekent dat ongeveer 10 euro per entreebewijs; van een omzet van 2,7 miljoen euro blijft daardoor relatief weinig ruimte over voor de culturele functie.
Erkenning als erfgoed zou niet automatisch extra subsidie opleveren, maar wel een meerjarige blik op educatie, overdracht en continuïteit. Keti Koti en het Rotterdamse Zomercarnaval dienen daarbij als voorbeelden. Amsterdam kende Kwaku in 2025, tijdens het vijftigjarig jubileum, al een gemeentelijke onderscheiding toe en noemde het Surinaams erfgoed. Volgens Olivieira-Siere moet die erkenning nu worden vertaald in een gezamenlijke langetermijnvisie van gemeente, Rijk en betrokken gemeenschappen.
Vandaag Inside: René van der Gijp over Lale Gül bij Buzz: 'Zij praat héél graag over zichzelf'