EuroHistorie (2006-2016) - Bloc voting, circus en eenheid
In dit artikel:
Het eerste decennium van de 21ste eeuw markeerde een omslagperiode voor het Eurovisiesongfestival: het festival groeide uit tot een massale, soms spectaculaire show waarin muziek, geopolitiek en stemgedrag elkaar steeds meer beïnvloedden.
Om de instroom van nieuwe deelnemers op te vangen werd in 2004 al een halve finale ingevoerd, maar de druk nam verder toe. In 2007 zaten er liefst 28 landen in één halve finale—meer dan in de eindstrijd—en kwalificeerden zich vrijwel alleen Zuid‑ en Oost‑Europese landen. West‑Europese omroepen klaagden over het grote deelnemersaantal en over bloc voting (buurstemmen). Als reactie kondigde de EBU aan dat de editie in Belgrado voortaan met twee halve finales zou werken, waarmee het hedendaagse driedaagseformat werd vastgelegd. Ideeën zoals het vooraf opnemen van halve finales bleken onhaalbaar en werden verworpen. In de eerste van die twee halve finales opende Montenegro met Stefan Filipović, die zich niet wist te plaatsen.
België kende in de jaren 2000 aanvankelijk een dieptepunt: na zwakke eindplaatsen en één schamel punt uit 2009 koos VRT in november 2009 voor een interne selectie van de jonge singer‑songwriter Tom Dice. Hij kwalificeerde zich in 2010 verrassend als winnaar van zijn halve finale en bracht België naar een zeldzame zesde plaats in de finale — tot op heden de enige keer dat België een halve finale won. In de jaren daarna bleef kwalificeren wisselvallig, al leverden acts als Loïc Nottet (2015) en Laura Tesoro (2016) opnieuw sterke resultaten.
De uitbreiding van het deelnemersveld gaf het festival een nieuw gezicht: landen uit de Kaukasus en kleine staten sloten aan, en uiteindelijk trad zelfs Australië in 2015 toe als speciale gast. Dat leidde tot een grotere geografische spreiding van winnaars; landen als Estland, Letland, Turkije, Griekenland, Oekraïne, Finland, Servië en Azerbeidzjan pakten hun eerste overwinning. De doorbraak van Servië springt eruit: na de ontbinding van Servië & Montenegro maakte Servië in 2007 als zelfstandig debuut direct indruk met winst dankzij Marija Šerifović en Molitva.
Tegelijkertijd lieten geopolitieke conflicten hun impact zien. De onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo en de oorlog tussen Rusland en Georgië verstoorden de sfeer rond het festival; Georgië trok zich in 2009 terug na een diskwalificatie wegens een politiek getinte inzending. Ook latere spanningen tussen Azerbeidzjan en Armenië leidden tot afwezigheid. Kortom: de jaren 2000 brachten zowel vernieuwing en populariteit als nieuwe uitdagingen rond stemming, politiek en organisatie, waarmee het Songfestival zijn huidige structuur kreeg.