Nederlandse kijkers haken af bij songfestival zolang Israël meedoet
In dit artikel:
Uit een RTL Nieuwspanel-onderzoek (7–8 mei 2026) blijkt dat veel Nederlanders de stap van Nederland om het Eurovisie Songfestival dit jaar te missen steunen, maar dat men sterk verdeeld is over de voorwaarden voor terugkeer. 40 procent zegt dat Nederland alleen mag terugkeren als Israël wordt uitgesloten; 21 procent wil juist dat Nederland voorlopig helemaal afwezig blijft en noemt het festival verpest.
Nederland besloot af te zien van deelname omdat AVROTROS deelname van Israël onverenigbaar acht met de publieke waarden van de omroep. Als redenen worden het humanitaire leed in Gaza, zorgen over persvrijheid en politieke bemoeienis bij eerdere edities genoemd. Tegelijk vinden veel respondenten het inconsequent dat Israël nu wel kan meedoen terwijl Rusland (sinds 2022) en Belarus (sinds 2021) zijn uitgesloten vanwege respectievelijk de oorlog in Oekraïne en repressie. Sommige panelleden pleiten voor een eenduidige lijn; anderen zien een verschil tussen landen omdat volgens hen bijvoorbeeld de context van Israël complexer is.
Onder mensen die doorgaans naar het Songfestival kijken, steunt ongeveer 6 op de 10 het besluit van Nederland om niet mee te doen; jongeren zijn daar vaker voorstander dan ouderen. Voorstanders zien de boycot vooral als een principieel signaal, al twijfelt een deel aan praktische effecten. Ook andere landen (Ierland, Slovenië, Spanje en IJsland) doen dit jaar niet mee. Tegenstanders vinden dat politiek en muziek gescheiden moeten blijven en dat artiesten niet zouden moeten lijden onder politieke beslissingen.
Hoewel Nederland niet deelneemt, zendt de NOS het festival wel uit (met commentaar van Henry Schut en Jeroen Kijk in de Vegte); daarover is eveneens verdeeldheid: 36 procent vindt dat het helemaal niet uitgezonden had moeten worden. De eerste halve finale trok gemiddeld 541.000 kijkers, tegen 2,3 miljoen vorig jaar toen Nederland meedeed. Het onderzoek is uitgevoerd onder ruim 20.000 panelleden en na weging representatief gemaakt op leeftijd, geslacht, opleiding, arbeidssituatie en politieke voorkeur.