Onze 12 hoogtepunten van Into The Great Wide Open 2026
In dit artikel:
Into The Great Wide Open 2026 is afgesloten na vier dagen festival op Vlieland. De zestiende editie combineerde muziek, kunst en de natuur van het eiland. Twaalf optredens en activiteiten sprongen er volgens de recensent in het bijzonder uit.
Brighde Chambeul bewees op de Vuurboetsduin dat de doedelzak veel meer kan zijn dan een komisch instrument. Met Scottish smallpipes, zang, synthesizer en kickdrum bouwde de Schotse muzikant eigenhandig een donkere, filmische soundscape op. Tegen het einde veranderde die in bijna dansbare trance, zonder de mysterieuze sfeer te verliezen.
De Ierse folkband Madra Salach gaf het publiek een geschiedenisles in internationale protestmuziek. De groep speelde eerst onder meer nummers van The Pogues en Neutral Milk Hotel en vertelde over de betekenis van die liederen. In de tweede helft kwamen eigen, duistere nummers van de debuut-EP aan bod. De covers en het eigen werk sloten daardoor overtuigend op elkaar aan.
Ook overdag was er veel muziek te beleven. De Botswaans-Australische jazzartiest Xmunashe, de artiestennaam van Munashe Mutambiranwa, improviseerde om 11.30 uur met zijn driekoppige band. De sessie bewoog van soul en jazz naar een uitbundige mix van spoken word, technosynths en dancebeats, waarmee de nog vermoeide festivalgangers al vroeg aan het dansen gingen.
Charlotte Adigéry en Bolis Pupul brachten op vrijdagavond een energieke elektropopshow met vrolijke beats, humor en maatschappijkritiek. Naast nieuwe nummers speelden ze werk van hun album *Topical Dancer*. Een komisch telefoongesprek waarin moderne types en relatiepatronen werden bespot, vormde een van de hoogtepunten. Thema’s als migratie, vreemdelingenhaat en andere hedendaagse problemen kregen een dansbare vorm.
De experimentele hiphopformatie IJSLAND maakte op de mainstage veel indruk. Sef, Faisal en Abel joegen het publiek een uur lang op met nummers als ‘2 schorpioenen’, ‘DON’T BELIEVE DE KRANT’ en ‘VIVIENNE’. Op het Sportveld ontstonden overal moshpits, waarna het festivalanthem ‘TIJDSGEEST’ de set explosief afsloot.
Kunst was nadrukkelijk aanwezig op en rond het festivalterrein. In museum Tromp’s Huys waren werken te zien van vijf kunstenaars uit de residentie Standplaats Vlieland. Daarnaast leidde een kunstroute langs negen installaties, waaronder zelfbedienende drums en een planetarium. De werken onderzochten telkens de verhouding tussen mens, natuur en technologie.
Dressed Like Boys combineerde zaterdagmiddag nostalgische pop met queer geschiedenis. Jelle Denturck en zijn band bouwden zachte pianoliedjes uit tot grootse jarenzeventigballades, met invloeden van David Bowie en Elton John. In nummers over onder anderen de Belgische kunstenaar Jaouad Allal en de Stonewallrellen stond internationaal queer activisme centraal. De set eindigde als een viering van decennia aan strijd voor queerrechten.
De omgeving van Vlieland versterkte de festivalervaring. De wandelingen door de duinen, het geluid van de Noordzee en de zonsondergang tussen de dennen op de Open Plek gaven het evenement een uitzonderlijk idyllische sfeer. De natuur was niet slechts decor, maar maakte vier dagen lang deel uit van het programma.
De Schotse singer-songwriter Jacob Alon had zaterdag te kampen met ziekte, geluidsoverlast van een andere band en een ontstemde gitaar. Toch wist hij met zijn falsetto, piano en gitaar een groot publiek stil te krijgen. Zijn etherische folk draaide om identiteit, seksuele vrijheid en queer zijn.
Model/Actriz zorgde later op zaterdag voor een scherpe omslag. Frontman Cole Haden en zijn band brachten industriële noise, nerveuze beats en een explosieve podiumpresentatie, inclusief uitstapjes in het publiek. De set leverde moshpits en uitgelaten chaos op en vormde een energieke tegenhanger van de rustigere folk- en souloptredens eerder die avond.
Ondanks de regen trok The Whitest Boy Alive een volle weide. Erlend Øye en zijn band wisselden funk, elektro en dance af in een enthousiaste set met onder meer ‘Time Bomb’, ‘Keep A Secret’ en ‘Courage’. Een keyboardsolo en een grote circle pit tijdens ‘Show Me Love’ vormden het dansbare slot.
Tot besluit veranderde Angine de Poitrine het Sportveld in een voortdurende circle pit. De humoristische acts van de bandleden, waaronder een komische motorimitatie en stuntelige interactie met het publiek, gingen samen met voortdenderende muziek. Daardoor bleef stilstaan vrijwel onmogelijk. Samen laten de twaalf hoogtepunten zien hoe Into The Great Wide Open muziek, kunst, activisme en Vlielands landschap tot één veelzijdige festivalervaring smeedt.
Vandaag Inside: Jesse Klaver ongemakkelijk na vraag bij Vandaag Inside: ‘Moeten we het daar over hebben?’