Vliegerfestival bij Meerstad. 'Jong en oud, armoedzaaiers en notarissen. Iedereen vindt vliegeren leuk'

maandag, 18 mei 2026 (07:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Meerstad bij Groningen kleurde de lucht zondag weer tijdens het jaarlijkse vliegerfestival, waar alles van zelfgemaakte tientjesvliegers tot dure specials van honderden euro’s te zien was. Ongeveer dertig leden van Vliegerclub Stijgkracht uit Emmen waren aanwezig: ze lieten kites op, gaven lessen en leerden kinderen vliegers bouwen. Gerrie Emminga (73) is al jaren actief en betreurt dat het aantal vliegerclubs in Nederland slinkt; Stijgkracht is inmiddels de enige in Noord-Nederland, elders nog een stuk of vier.

Bezoekers varieerden sterk in leeftijd en achtergrond. Jan van der Heijden (69) uit Valthermond bouwt en experimenteert veel met vliegers—hij bevestigt er camera’s en antennes aan en onderhoudt zijn toestel dat hij dertig jaar geleden kocht. Alwin (53) uit Zwolle gebruikt een techniek genaamd line dressing: meerdere vliegers hangen aan één lijn, wat verstrikking vermindert en het geheel makkelijker maakt om te bedienen. Voor velen is vliegeren een ontspannen manier om met windkracht te spelen; windkracht drie wordt als ideaal genoemd, te weinig of te veel wind bemoeilijkt het spelen.

Jongeren waren schaars, al toonde 22‑jarige Michael Eilander uit Stadskanaal juist enthousiasme voor stuntvliegeren en powerkiten (waarbij een buggy door een vlieger wordt getrokken). Hij is opgegroeid met de sport en merkt dat traditionele vliegerclubs moeite hebben om jongeren te bereiken, wat hij deels toeschrijft aan schermtijd, maar ook aan verminderde belangstelling voor handwerk en experiment.

Het festival toonde zowel de sociale kant van de hobby—mensen van verschillende achtergronden die elkaar ontmoeten en kennis delen—als de technische kant: zelfbouw, experimenten en uiteenlopende vliegertechnieken. Organisatoren en deelnemers benadrukken dat het bouwen en laten stijgen van een vlieger voldoening geeft en verbinding met natuurkrachten, maar dat de toekomst van de clubcultuur mede afhangt van het enthousiasmeren van een nieuwe generatie.